Vrije tijd; Socrates in gesprek met Phineas en Ferb
- Quiller MacQuarrie
Vroeger klaagde ik bij mijn vrienden over verveling. Het was een zomertraditie, net zo vanzelfsprekend als ijsjes eten, barbecues en het geschreeuw wanneer je in het zwembad werd gegooid. We klaagden over dat we niets te doen hadden terwijl we op het gras zaten, onze teennagels lakten en Hawaiian Punch dronken. We wisten niet dat we een soort vrije tijd aan het beoefenen waren die al langzaam begon te verdwijnen. In die tijd betekende zomer ongestructureerde tijd–een periode zo lang dat het als een eeuw voelde, terwijl het maar een dag was. Je moest de verveling overwinnen, of door de verveling worden overmand. Je bouwde dingen, fietste naar plekken, verzon spelletjes, roddelde, deed alsof, las boeken, tekende op de stoep, vertelde verhalen en speelde. Je klaagde totdat het klagen zelf creatief werd.
Nu klaag ik bijna nooit over verveling, omdat ik zelden verveeld ben. Mijn telefoon is altijd in de buurt, klaar om ieder leeg moment te vullen met iets om doorheen te scrollen. Beelden die bevredigen, geluiden die mijn hersenen kriebelen, nieuws om van in paniek te raken, en sketches om om te lachen. Vakanties zijn content geworden. En ik merk dat ik terugdenk aan die verveelde, klagende kinderen in het gras en denk: zij hadden iets waar ik naar probeer terug te keren.
Binnen onze moderne kapitalistische samenleving is vrije tijd voor de meesten van ons slechts een droom. We fantaseren over baden in de bijzondere omstandigheden van ons bestaan. De dichtstbijzijnde ervaring hiervan is in de zomer, wanneer veel instellingen, waaronder scholen en werkplekken, vakantie hebben of bieden. Maar voor velen is de zomervakantie niet meer zo bevredigend als vroeger. Deze vorm van vrije tijd voelt als iets waar mensen nu voortdurend op wachten. In onze moderne samenleving zijn we nooit verveeld. Slimme technologie is de ultieme moordenaar van verveling. Het is moeilijk om nog onderscheid te maken tussen wanneer we werken en wanneer we rusten in deze virtuele wereld, waarin ons bestaan zelf gecommercialiseerd wordt en aan advertenties blootgesteld is. De tijden zijn veranderd. Vakanties zijn fotoshoots voor online platforms geworden en zomers worden vaak doorgebracht in virtuele rechthoekige schermen in plaats van openbare pleinen.
De definitie van vrije tijd is: ‘tijd waarin men niet werkt of bezet is; vrije tijd.’1 De beroemde Griekse filosoof Socrates bedacht een hele filosofie rondom vrije tijd die drastisch verschilt van deze moderne definitie en van hoe we vrije tijd tegenwoordig gebruiken. Hij zag vrije tijd als de ultieme zoektocht naar kennis en vrijheid. 2 Het woord dat hij hiervoor gebruikte was “scholé”, dat ironisch genoeg aan de basis ligt van het woord school. Vrije tijd was geen luiheid of stilstand, maar de vrijheid om te rusten en je te verdiepen in filosofisch onderzoek en persoonlijke interesses zoals kunst, wetenschap en sport na te streven. Dit suggereert dat mensen die rusttijd hebben tijdens hun werk, de mogelijkheid hebben om zich met deze uiteenlopende onderzoeken bezig te houden en zo echte vrijheid te ervaren.
Tegenwoordig werken we online, op kantoor, en zelfs de speelcultuur van kinderen is geworteld in kapitaal en winstbejag, met spelletjes zoals Roblox die kinderen leren investeren in cryptocurrency 3. Ze worden van jongs af aan getraind. Dit is geen scholé; dit is inherent gericht op zakendoen.
Was er een tijd dat vrije tijd en zomer voorbeelden van scholé waren, vóór de internetcultuur en sociale media? Het meest voor de hand liggende voorbeeld van dit nostalgische gevoel is de kinderserie Phineas en Ferb, die in 2007 voor het eerst werd uitgezonden. In deze televisieserie, Disneys langstlopende animatiereeks, ondernemen twee stiefbroers elke dag van hun 104 dagen durende zomervakantie een groot creatief project, waarbij ze achtbanen of tijdmachines bouwen. Ze verwerven vaardigheden in techniek, muziek en natuurkunde en creëren ruimte voor leren en gemeenschap, onderscheiden van werk door de basis van vrije, creatieve nieuwsgierigheid.
De titelsequentie van het programma luidt:
‘Er zijn 104 dagen zomervakantie / Voor de school weer gaat beginnen / Maar het grootste probleem waar we nu dus mee zitten / Is dat we iets moeten verzinnen / Bijvoorbeeld /Bouw een raket, een mummy gaan slaan / De Eiffeltoren op /Dingen bedenken die echt niet bestaan [...]’
Na de intro zitten de broers onder een boom, verveeld en niet wetend wat te doen. Ik denk dat het juist deze verveling is die vrije tijd en rust onderscheidt van werk, en zo nostalgie opwekt. Deze verveling vormt scholé. Wanneer Phineas en Ferb naar de sensatie van een achtbaan verlangen, besluiten ze er zelf een te bouwen. Hun moeder gaat boodschappen doen, waardoor zij de mogelijkheid krijgen iets potentieel gevaarlijks te creëren zonder ouderlijk toezicht. Hun zus Candace doet niet mee met het plezier, maar probeert hen te betrappen en zich als volwassene te profileren; ze houdt zich bezig met ‘zaken’ en begeeft zich daarmee in ‘ascholé’, het tegenovergestelde van vrije tijd.
Phineas en Ferb beginnen met het bouwen van de achtbaan. Ze bezoeken verschillende werkplaatsen van ingenieurs en lenen hun apparatuur. Met krijt vullen ze vergunningen voor machines in en ze maken indruk op oudere ingenieurs met hun toewijding. Ze nodigen alle kinderen in de buurt uit om samen met hen in de achtbaan te komen rijden. Ondertussen treedt hun huisdier Perry het Vogelbekdier op als dubbelagent en probeert hij hun aartsvijand Dr. Dufenshmirtz te stoppen, die de stad wil vernietigen. Perry slaagt daarin, maar zorgt er per ongeluk voor dat de achtbaan los raakt: met de magneet die Dr. Dufenshmirtz had gebouwd om chaos aan te richten, trekt hij de constructie uit elkaar–precies op het moment dat hun moeder de supermarkt verlaat en Candace hen bijna betrapt. De kinderen worden daardoor uit de achtbaan geslingerd en reizen van Mount Rushmore naar Parijs en zelfs de ruimte in. Wanneer ze uiteindelijk met grote snelheid uit de lucht vallen, blijven ze opvallend kalm en landen ze weer onder de boom waar de aflevering begon—net op tijd zodat hun moeder denkt dat ze de hele dag gewoon hebben rondgehangen. En misschien was dat ook zo?
Aan het einde van elke aflevering zijn Phineas en Ferb weer te vinden onder dezelfde boom waar ze begonnen. Het roept de vraag op: is dat allemaal echt gebeurd, of verbeeldden ze dit verhaal terwijl ze samen onder die boom in filosofische gedachten verzonken waren? Toch maakt het niet uit: hun uitvindingen worden telkens vernietigd door Dr. Dufenshmirtz en hun ervaringen blijven verborgen voor volwassenen en voor de kapitalistische samenleving als geheel. Ze accepteren het gebrek aan erkenning, gedreven door hun passie voor kennis en verbeelding. Ze bereiken dit alles via verveling en rust. Juist daarom is vrije tijd–los van school, werk en schermen–zo belangrijk.
Zowel Socrates als Phineas en Ferb zaten onder bomen, nadenkend over wat ze met hun tijd, hun leven, en hun verhouding tot de wereld wilden doen. Als we in het moderne leven dezelfde waarde aan scholé zouden toekennen als Socrates, Phineas en Ferb, dan is bevrijding van de kapitalistische systemen die ons tot werk beperken meer dan noodzakelijk. Ik denk terug aan hoe ik mijn neven lastigviel op die lange zomerdagen waarop we klaagden dat we ‘niets te doen hadden’. We wisten niet dat we scholé beoefenden. We wisten niet dat niet alleen onze favoriete tv-personages, Phineas en Ferb, filosofen waren–maar wij zelf ook. Het doet me afvragen: bestaat dat soort verveling nog wel? Kunnen we de weg terugvinden naar die plek onder de boom? Of zijn we allemaal te diep verdwenen in de rechthoek?
1 Robert A. Stebbins, ‘Leisure’, Encyclopedia Britannica, laatst aangepast op 2 maart 2026, https://www.britannica.com/topic/leisure.
2 Kostas Kalimtzis, An Inquiry into the Philosophical Concept of Scholê: Leisure as a Political End (Londen: Bloomsbury Academic, 2017).
3 Len Maessen, ‘Hoe veilig is het je kind achter te laten in Roblox?’, 27 oktober 2025, NRC.

